Onderwerpen en handleidingen
Webhosting

Je website testen via het hosts-bestand

Gebruik je nieuwe webhosting voordat je domein er openbaar naar verwijst. Zo pas je het hosts-bestand aan op Windows, Linux en macOS.

Wat doet het hosts-bestand?

Wil je alvast aan je website werken op nieuwe hosting, terwijl je domein daar nog niet naar verwijst? Met het hosts-bestand laat je jouw computer de domeinnaam tijdelijk aan het IP-adres van die hosting koppelen. Je opent je website gewoon onder de eigen domeinnaam.

Deze wijziging geldt alleen op de computer waarop je het bestand aanpast. De openbare DNS en nameservers veranderen hierdoor niet. Andere bezoekers zien de omgeving waar de openbare DNS naar verwijst, bijvoorbeeld je bestaande website. Voor een tweede computer moet je de lokale instelling daar ook toevoegen.

Je opent hiermee de website op de nieuwe hosting. Aanpassingen in het CMS worden opgeslagen in de omgeving en database waarmee die website is verbonden. Laat Nolex bevestigen dat die voor jouw test goed zijn ingericht.

Wat heb je nodig?

  • Het webserver-IP van je nieuwe hosting. Gebruik het adres dat Nolex voor je website heeft opgegeven. Dit hoeft niet hetzelfde adres te zijn als voor FTP, SSH of uitgaande verbindingen.
  • Je domeinnaam, bijvoorbeeld example.com, en eventuele andere namen zoals www.example.com.
  • Een ingericht hostingaccount: de domeinnaam moet op de nieuwe webserver aan jouw website gekoppeld zijn en de benodigde bestanden en database moeten klaarstaan.
  • Beheerrechten op je computer om het hosts-bestand op te slaan. Bij een beheerde werkcomputer kan je systeembeheerder dit uitvoeren.

Weet je het juiste IP-adres niet? Vraag dit aan Nolex voordat je begint. De hostinggegevens in Mijn Nolex kunnen je helpen je hostingaccount terug te vinden; de beschikbare gegevens verschillen per account.

Maak vooraf een kopie van je huidige hosts-bestand en bewaar die onder een andere naam in je eigen documentenmap. Laat de bestaande systeemregels, zoals die voor localhost, staan.

De regel die je toevoegt

Gebruik een IP-adres gevolgd door de volledige domeinnaam, met een spatie of tab ertussen. Bijvoorbeeld:

# Tijdelijke test van nieuwe hosting
192.0.2.10 example.com
192.0.2.10 www.example.com

Vervang 192.0.2.10 door je hosting-IP en beide domeinnamen door jouw eigen namen. Het voorbeeld-IP is bedoeld voor documentatie en verwijst niet naar jouw hosting.

De twee regels zijn nodig als je zowel met als zonder www wilt testen, of als je website daartussen doorstuurt. Voeg andere gebruikte subdomeinen afzonderlijk toe. Gebruik geen https://, pad, poortnummer, @ of wildcard zoals *.example.com.

Staan jouw domeinnamen al in het bestand? Bewaar de oorspronkelijke regels in je kopie en pas de bestaande vermelding aan, zodat dezelfde naam niet naar verschillende testadressen verwijst. Een regel die met # begint is commentaar en wordt niet als verwijzing gebruikt. Het bestandsformaat ondersteunt ook IPv6; gebruik daarvoor alleen een IPv6-adres dat Nolex voor je hosting heeft opgegeven. Uitleg van het hosts-formaat.

Windows

Deze stappen zijn geschikt voor Windows 10 en Windows 11.

  1. Open Start en zoek naar Kladblok.
  2. Klik met rechts op Kladblok en kies Als administrator uitvoeren. Bevestig de aanvraag voor beheerrechten.
  3. Kies Bestand > Openen en open de map %WinDir%\System32\drivers\etc. Dit is meestal C:\Windows\System32\drivers\etc.
  4. Kies bij het bestandstype Alle bestanden, zodat je het bestand hosts kunt zien, en open het.
  5. Voeg onderaan de testregels toe met jouw hosting-IP en domeinnamen.
  6. Sla op met Ctrl+S. Het bestand moet hosts blijven heten, zonder .txt of een andere extensie.

Microsoft beschrijft het openen met beheerrechten en het hosts-bestand zonder extensie.

Open daarna Opdrachtprompt als administrator en voer uit:

ipconfig /flushdns

Dit leegt de tijdelijke DNS-opslag van Windows. Sluit je browser volledig af en open hem opnieuw. Uitleg van ipconfig /flushdns.

Linux

Op Linux staat het hosts-bestand in /etc/hosts.

  1. Open een Terminal.
  2. Open het bestand met de onderstaande opdracht. Gebruik je een andere teksteditor dan Nano, laat het bestand dan daarmee openen met beheerrechten.
sudo nano /etc/hosts
  1. Vul het wachtwoord van je computeraccount in als daarom wordt gevraagd. Tijdens het typen zie je doorgaans geen tekens; dat is normaal.
  2. Ga met de pijltjestoetsen naar onderaan en voeg je testregels toe.
  3. Druk op Ctrl+O, daarna Enter om op te slaan en Ctrl+X om Nano te sluiten.

Het hosts-bestand wordt normaal direct gebruikt, maar toepassingen kunnen oude antwoorden vasthouden. Sluit je browser volledig af en open hem opnieuw. Ubuntu-documentatie over lokale naamverwijzingen.

Gebruikt jouw Linux-systeem de actieve dienst systemd-resolved, zoals op veel Ubuntu-installaties? Dan kun je bij oude DNS-antwoorden ook de cache van die dienst legen:

sudo resolvectl flush-caches

Deze opdracht geldt voor systemd-resolved. Heeft jouw systeem de opdracht of dienst niet, dan is deze stap niet van toepassing. De manier van caching verschilt per distributie. Uitleg van resolvectl.

macOS

  1. Open Terminal, bijvoorbeeld via Finder > Ga > Hulpprogramma's.
  2. Open het hosts-bestand met:
sudo nano /private/etc/hosts
  1. Vul het wachtwoord van je Mac-account in als daarom wordt gevraagd. Je ziet daarbij geen tekens verschijnen; druk na het typen op Enter.
  2. Ga met de pijltjestoetsen naar onderaan en voeg je testregels toe.
  3. Sla op met Ctrl+O en daarna Enter. Sluit Nano met Ctrl+X. Gebruik hier de Control-toets, niet Command.

Apple beschrijft deze stappen om het hosts-bestand te bewerken.

Sluit je browser volledig af en open hem opnieuw. Zie je nog een oud DNS-antwoord, dan kun je de DNS-cache opnieuw laten opbouwen met:

sudo killall -HUP mDNSResponder

Deze opdracht geeft de DNS-dienst een signaal om de cache te legen. Er verschijnt meestal geen bevestiging in Terminal. Apple beschrijft de opdracht in de gearchiveerde handleiding over de DNS-cache.

Controleer of je de nieuwe hosting gebruikt

Controleer eerst welk adres jouw computer voor je domein gebruikt. De Windows- en Linux-opdrachten hieronder controleren IPv4, zoals in ons voorbeeld. Vervang example.com door je eigen domeinnaam. Controleer ook www.example.com als je die naam hebt toegevoegd. Gebruik je uitsluitend IPv6, laat Nolex dan de passende IPv6-controle met je afstemmen.

Controle op Windows

Voer in Opdrachtprompt uit:

ping -4 example.com

In de eerste regel moet het nieuwe IPv4-adres tussen vierkante haken staan. Een melding zoals Time-out daarna betekent niet automatisch dat de verwijzing fout is: een server kan ping-antwoorden blokkeren. Je controleert hier het getoonde adres. Uitleg van ping op Windows.

Controle op Linux

Voer op een Linux-systeem met getent in Terminal uit:

getent ahostsv4 example.com

Het nieuwe IPv4-adres moet in de uitvoer voorkomen. Meerdere regels met hetzelfde adres zijn normaal. Uitleg van getent.

Controle op macOS

Voer in Terminal uit:

dscacheutil -q host -a name example.com

Bij ip_address hoort het nieuwe IPv4-adres te staan; een IPv6-resultaat staat bij ipv6_address. De opdracht vraagt de naam via de systeemvoorziening van macOS op.

Alleen een controle met nslookup of dig is onvoldoende om de werking van je hosts-bestand vast te stellen: deze hulpmiddelen stellen DNS-vragen, terwijl de verwerking van lokale hosts-regels per systeem verschilt.

Open en test de website

Open in je browser je domeinnaam, bijvoorbeeld https://example.com. Typ niet alleen het IP-adres: op één server kunnen meerdere websites staan en de server gebruikt de domeinnaam om jouw website te kiezen.

Controleer herkenbare inhoud op de nieuwe hosting en test de onderdelen die je gaat gebruiken, zoals pagina's, afbeeldingen en het inloggen in je CMS. De IP-controle hierboven bevestigt de naamverwijzing; de browsercontrole bevestigt of de website werkt.

Voor HTTPS moet de nieuwe hosting een geldig certificaat voor jouw domeinnaam aanbieden. Een hosts-regel lost een certificaatfout niet op. Zie je een beveiligingsmelding, laat Nolex dan het certificaat controleren of een geschikt previewadres geven. Technische achtergrond over de domeinnaam in TLS-certificaten.

De wijziging weer verwijderen

Ben je klaar met testen of verwijst de openbare DNS inmiddels naar je nieuwe hosting?

  1. Open het hosts-bestand opnieuw volgens de stappen voor jouw besturingssysteem.
  2. Verwijder uitsluitend de tijdelijke testregels die je hebt toegevoegd. Heb je bestaande regels aangepast, herstel dan die oorspronkelijke regels uit je kopie.
  3. Sla het bestand op en leeg zo nodig opnieuw de DNS-cache zoals hierboven beschreven.
  4. Sluit de browser volledig af, open hem opnieuw en controleer de website.

Je computer gebruikt daarna weer de normale naamverwijzing. Wil je het domein voor alle bezoekers naar de nieuwe hosting laten wijzen? Volg dan de handleiding voor DNS-records en stem de overstap af met Nolex.

Werkt het nog niet?

Controleer of het bestand goed is opgeslagen, of de testregels niet met # beginnen en of zowel de naam met als zonder www naar het juiste adres verwijst. Let ook op een eventuele bestaande IPv6-vermelding of een redirect naar een ander subdomein.

Klopt de systeemcontrole, maar toont de browser toch een andere omgeving? Herstart de browser en controleer het adres na eventuele redirects. Een proxy of VPN kan een andere route of naamresolutie gebruiken. Verander bij een beheerde computer de netwerkinstellingen in overleg met de beheerder.

Kom je er niet uit? Stel een supportvraag en vermeld je domeinnaam, besturingssysteem, het gebruikte hosting-IP en welke stap niet lukt.