DNS verwijst een domein naar de diensten die erbij horen. Je website en je mail kunnen verschillende aanbieders gebruiken. Ook een nieuwsbriefsysteem, formulier of ander hulpmiddel kan namens je domein mail versturen.
Maak eerst een overzicht
Voordat je instellingen wijzigt, breng je in kaart:
- Waar het domein geregistreerd is en waar de DNS-instellingen worden beheerd.
- Welke hosting de website gebruikt, inclusief eventuele subdomeinen.
- Welke dienst de mailboxen beheert.
- Welke andere systemen mail versturen met je domeinnaam.
- Welke oude domeinen of adressen naar de website doorverwijzen.
Bewaar een overzicht van de bestaande instellingen en spreek af wie de wijziging uitvoert. Een domeinverhuizing, een hostingverhuizing en een verhuizing van mailboxen zijn verschillende werkzaamheden. Leg vast welke ervan nodig zijn.
Controleer de gegevens van iedere dienst
Gebruik voor nieuwe instellingen de gegevens van de betrokken leverancier. Een MX-record bepaalt waar inkomende mail naartoe wordt gestuurd. SPF, DKIM en DMARC spelen een rol bij de controle van mail die namens je domein wordt verstuurd.
Die onderdelen moeten aansluiten op de systemen die je werkelijk gebruikt. Een formulier of nieuwsbrief kan een andere verzenddienst gebruiken dan je gewone mailbox. Neem deze dus mee in de inventarisatie.
Ook SSL-certificaten en doorverwijzingen verdienen aandacht. Een URL-redirect wordt in een website- of hostingomgeving ingesteld; een DNS-record alleen stuurt geen specifieke oude pagina door naar een nieuwe pagina.
Spreek het wijzigingsmoment af
DNS-instellingen worden tijdelijk bewaard door systemen die ze opvragen. Daardoor kan een nieuwe instelling niet overal meteen zichtbaar zijn. Bespreek de timing en houd de oude omgeving beschikbaar zolang dat nodig is voor de afgesproken overstap.
Maak ook duidelijk wie bereikbaar is als een gekoppelde dienst na de wijziging niet werkt. Die afspraak hoort bij de voorbereiding.
Controleer na de wijziging
Loop de belangrijkste handelingen na:
- Open de website en belangrijke subdomeinen.
- Controleer of de beveiligde verbinding werkt.
- Verstuur mail naar een extern adres en stuur een antwoord terug.
- Test een formulier en eventuele andere verzenddiensten.
- Open oude adressen die moeten doorverwijzen.
Noteer het moment en de uitkomst van de controles. Werkt een onderdeel niet, geef dan precies door welke handeling faalt. Zo kan het probleem worden onderzocht zonder meteen alle instellingen opnieuw te wijzigen.